Jackie Sleper (1962) verbindt in haar werk meerdere betekenissen die tot uiting komen in verschillende lagen van haar werk. Maatschappelijke problemen, metafysische vraagstukken, symbolische betekenissen en persoonlijke ervaringen, worden allen aan de kaak gesteld en bestaan naast elkaar. De diversiteit aan onderwerpen die zij in het werk behandelt, komt ook tot uiting in de veelzijdige materialen waaruit haar schilderijen en sculpturen bestaan. Sleper bouwt het werk op uit onderdelen die elk een andere oorsprong kennen. Dit kunnen objecten zijn die in serie geproduceerd worden of bijvoorbeeld historische objecten en souvenirs zijn die ze tijdens haar reizen verzamelt. Sleper combineert deze bestaande voorwerpen met onderdelen die door haar zelf worden vervaardigd. De symbolische betekenis van de vele onderdelen van haar kunstwerken, laat Sleper over aan de interpretatie van de beschouwer. Zij weet de beschouwer enigszins op een verkeerd been te zetten door de ene keer terug te grijpen op eeuwenoude, symbolische betekenissen en de andere keer haar eigen associaties te laten spreken.
 
Sleper durft grenzen op te zoeken. Dat bewees ze al met werk uit voorgaande series, waarmee ze haar visie geeft op de Chinese en Mexicaanse cultuur. Naar aanleiding van studiereizen naar deze landen maakte Sleper series bestaande uit schilderijen en sculpturen, waarin ze haar ervaringen binnen deze culturen verwerkte. Zoals een reiziger bepaalde elementen van een vreemde cultuur mee terug neemt naar huis, zo adopteerde Sleper elementen van de beeldtaal van de betreffende cultuur en mengde deze met haar eigen beeldtaal in haar reactie op de cultuur.
 
Voor de serie ‘Shadow of Life’ richt Sleper zich niet op andere culturen, maar zoekt ze het in intiemere en persoonlijkere sfeer. Haar eigen achtergrond en leven vormt het uitgangspunt. Hierbij stelt ze de onschuldige staat van zijn versus het stramien van onze cultuur in de werken centraal. De aanleiding voor ‘Shadow of Life’ kan tot Slepers vroege kindertijd worden getrokken. Al vroeg beseft ze dat ze andere opvattingen en behoeften kent, en daarbij ander gedrag vertoont dan de mensen om haar heen. De verwondering, maar tevens kritische reflectie zien we in haar werk terugkomen als het motief van het onschuldige, nog onbevangen kind. Ze gaat in op de natuurlijke staat van een kind die wordt weggevaagd door gedrag en verwachtingen van volwassenen. In de schilderijen en sculpturen verwerkt ze dit op zowel persoonlijk als algemener niveau, waardoor zowel een herkenbare als intrigerende spanningsboog ontstaat. De beschouwer kan bepaalde onderdelen invullen, maar zal tevens vanuit persoonlijke overwegingen moeten interpreteren om het werk betekenis te geven.
 
Naast deze thematiek, vormt religie en de bijbehorende tradities voor Sleper een rode draad in haar werk, en zo ook in ‘Shadow of Life’. Ze stelt de gebruiken aan de kaak door versies van Bijbelse verhalen te tonen op de wijze zoals zij ze het liefst zou zien. Ze geeft aan het verhaal over Isaac een nieuwe wending door niet het lam in het werk te laten offeren, maar juist te beschermen. Aan de hand van hervertellingen van Bijbelse verhalen reflecteert Sleper op het karakter van haar eigen opvoeding en de wijze waarop zij de wereld zou willen zien.

Achtergrond en carrière
Jackie Sleper studeerde van 1987 tot 1992 aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Ze verbleef meerdere malen voor een langere periode in het buitenland voor studieperioden, waaronder in Spanje, Ierland en Tsjecho-Slowakije. Zij werd uitgenodigd voor de Oostenrijkse Biënnale (2006) en de tentoonstelling OPEN10 International Sculptures and Installations (2007), die ieder jaar plaatsvindt op het Lido van Venetië. In dat jaar deed zij ook mee aan de Florence Biënnale, waar zij van een internationale jury de eerste prijs toegekend kreeg voor haar gebeeldhouwde en geschilderde installaties ‘Modestia’ (bescheidenheid) en ‘Dulce y Amargo’ (zoet en bitter). In april 2010 zal haar werk op de 22-ste International Sculpture Conference in Londen worden gepresenteerd en besproken worden onder de titel: ‘Mining the World: Transforming a Culture into Art’.